Alleen de geur blijft hangen, een herinnering aan een eetmoment

De mens is de enige in zijn soort die zich onderscheidt in de zorg om de doden. De mens koestert zijn herinnering aan overledene, ook al is een dierbare overleden, wij spreken tot hen.. nemen deel  aan  zijn gang naar zijn laatste rustplaats door het samenkomen en afscheid nemen  in besloten kring. Verzorgen zijn laatste rustplaats en laten de herinnering in ons voortleven door middel van een foto- een as- relikwie of sieraad.

Het omgaan met rouwen wordt steeds belangrijker en is momenteel flink in beweging. Rouwverwerking is niet alleen het verwerken van verdriet als een dierbare overleden is. Er is een dunne draad tussen leven en rouwen. Respect voor elkaars rouwcultuur is een noodzaak in multicultureel Nederland.

De wens om een duurzaam rouwproces te realiseren wordt daardoor steeds noodzakelijker. Als je elkaars cultuur niet kent wordt er alleen geoordeeld.  Vaak houden we de dood liefst op afstand, de dood trekt aan maar stoot ook af. Het erover praten hoort net als over het dagelijks leven praten. Zo brengen gebruiken en tradities een houvast in crisissituaties als bij rouwverwerking en bij het laatste ritueel. Uitvaartrituelen worden gecreëerd om anderen in staat te stellen zich aan te kunnen passen aan de dood van een medemens of dierbare. 

Daarnaast heeft de uitvaart ook een troostende rol: ze helpen mensen om zich persoonlijk aan te passen aan het verlies van een naaste. Gebruiken in de uitvaart worden vaak gezien als een middel om afscheid te nemen van de overledene. Vroeger werden uitvaartrituelen in Nederland vooral vormgegeven door de kerk. Dit gebeurde volgens een relatief vast patroon. Met veel vaste gebruiken rituelen werd de uitvaart van een overledene geregeld. Dit voor het welzijn van zijn zielenrust. Tegenwoordig zijn er veel alternatieven voor een uitvaart, en wordt het gebeuren op verschillende manieren vormgegeven. Deze verandering is het gevolg van het langdurig proces van verwereldlijking en het distantiëren van de kerk als instituut rouwritueel kent een rijk verleden, denk maar eens aan het traditionele bakje troost en het plakje cake, maar waar komt deze traditie vandaan? Koffie en een plakje cake als een culinair beleven zijn immers iets wezenlijk en hebben een functie en maken deel van de rouwbeleving en een cultureel gedachtengoed

Wanneer culinaire gebruiken door middel van symbolen een verbinding creëren tussen een cultureel gedachtegoed en een concrete situatie, voldoen ze aan de behoefte tot stabilisering van een crisissituatie en zijn effectief. Wanneer men echter een gebruik radicaal verandert, zoals het uitsluiten van een kopje koffie en plakje cake, sluit dit vaak niet meer aan bij de belevingswereld van mensen en verliest het zijn werking.

In het rijke verleden was er nauwelijks aandacht voor verduurzaming of innovatie in het rouwgebruiken.

Overblijfsels van rouw gebruiken en traditie staan nu in een museum. Uitvaartrituelen vóór de jaren 90 werden grotendeels vormgegeven door een geestelijke of een uitvaartbegeleider. Het lijkt ons om als nabestaanden invloed te hebben op deze rituelen en deze te laten groeien.  Door individualisering en personalisering verdwijnt het rituele ten voordele van, de creativiteit en leidt ertoe dat steeds meer uitvaartondernemingen zich gaan richten op de wensen van nabestaanden. Door de uitvaart zelf in handen te nemen, kunnen ze deze toespitsen op de overleden persoon. Tijdens de voorbereiding van een persoonlijke uitvaart wordt er gezocht naar tradities en gebruiken die mensen aanspreken en passen bij de overledene en nabestaanden. Er kan bijvoorbeeld rekening worden gehouden met bezigheden die de overledene belangrijk vond, met zijn liefhebberijen of met voorwerpen die in het dagelijkse leven een bijzondere betekenis hadden.

Het hedendaagse leven vraagt om duurzaamheid en ecologische gebruiken. Dat kan door het gebruik van een mycelium kist te gebruiken die afbreekbaar is.

Er wordt aan mensen niet gevraagd of ze na een crematie de as willen uitstrooien, maar waar ze deze willen uitstrooien.

Elke uitvaart is uniek, daarom leggen uitvaartondernemingen een nadruk op persoonlijke uitvaarten, maar zijn de meesten niet zo uniek als wordt voorgedaan. Uitvaarten gaan dikwijls door volgens dezelfde routines en de verschillen blijken meestal niet groot. Er wordt te vaak een beperkt pakket van symbolen en gebruiken aangeboden waarmee mensen de uitvaart kunnen vormgeven. Er wordt

van uitgegaan dat er op deze manier voldoende ruimte voor “creativiteit” bestaat.

Deze ruimte is echter minder breed dan de uitvaartondernemingen het aan de nabestaanden doen voorkomen. Zo komt het eten van maaltijd nauwelijks aan bod. Binnen Nederland is daar nog weinig aandacht aan besteedt. Wat komt er in multicultureel Nederland op tafel tijdens en na een uitvaart op tafel. Zijn de ingrediënten nog wel verkrijgbaar? Hoe veranderen deze gebruiken in de eerste tweede en derde generatie van migranten en reizigers?

In de afgelopen jaren heb ik onderzoek in gebruikelijke tradities en gebruiken gedaan. Dit door veel interviews, lezingen en presentaties bij multiculturele groepen in Nederland ook in combinatie met welke culinaire symbolen soms op grafzerken worden weergegeven. Als voorbeeld, een bos wortels gebeiteld op de grafzerk van een herenboer in Broek op Langedijk in 1645, of een bus met aardappelmeel uitgebeeld op de tombe van aardappel fabrikant Scholtens in Groningen. Een baby die uit de boerenkool komt op een kindergrafzerk in Utrecht. En de rol van de papaver (rust zacht) in 400 jaar sterven.

Over de rol en betekenis van ritueel begraven bij minderheden in Nederland. Wordt inmiddels enquête uitgezet, zowel bij jongeren en bij vakgenoten in de begrafenis branche. Ook bij een brede groep in de sociale media, als LinkedIn, Facebook en Instagram. Deze enquête zal ons een inzicht geven of er een behoefte is aan een naslagwerk over alledaagse nieuwe rouwgebruiken en rouwbelevenis.

Hoe zijn ze ontstaan en hoe zijn, toe te passen en bruikbaar te maken in onze huidige samenleving? Er is niet alleen een groeiende behoefte maar ook goodwill gecreëerd. Kweekt. Het project verbindt en verzacht het rauwe van de rouw. Materiële le waarden zoals bloemen en kaarsen zijn vervangbaar, maar een laatste eerbetuiging aan de overledene blijft een noodzaak.

Door ons toe te leggen op het materiële en immateriële rouwgebeuren, hebben we materiele rituelen verzameld. De alledaagse dingen, zoals een oude fles rozenwater, een rieten mandje waar in een te vroeggeboren kindje vervoerd werd naar een anonieme plaats achter de heg van de begraafplaats.

Munten die op een tong van een overledene werden gelegd, om de overtocht naar het hiernamaals te betalen. Deze materialen willen wij tentoonstellen op het een congres welke wij organiseren in het weekend van 30 oktober, 1 en 2 november (Allerheiligen en Allerzielen). Tevens willen wij op deze congres-dagen dit culinair funerair erfgoed onder aandacht brengen als immaterieel erfgoed, ook bij bij Unesco. Inmiddels is er een platvorm gevormd om dit project te borgen. Nieuwe tijden na deze Covid pandemie geven begrafenisondernemers de gelegenheid om zich te verdiepen in nieuwe culinaire rouwgebruiken binnen Nederland.  Ons doel is  in te spelen in door middel van kennisoverdracht bij de jongeren die een vakopleiding volgen bij horeca vakscholen. Nieuw vakopleidingen creëren zodat impulsen ontstaan en dit overdragen in een lessenpakket binnen Nederland.